Differential Pressure Decay Test

Wat is Differential Pressure Decay Testing?

Differential Pressure Decay is een van de snelste en meest gevoelige methoden voor lekkagetesten. Net als bij een klassieke pressure decay-test wordt de drukdaling in een onderdeel over tijd gemeten doordat lucht ontsnapt.

Het verschil is dat bij een differentiële druktest de druk in het testonderdeel wordt vergeleken met een referentievolume dat op exact dezelfde druk is gebracht. De tester meet dus het drukverschil tussen beide volumes.

Deze methode is relatief eenvoudig op te zetten, maar kan in veel toepassingen aanzienlijk gevoeliger zijn. De gevoeligheid wordt namelijk niet bepaald door de absolute druk, maar door de resolutie van de differentiële druksensor bij de testdruk.

Hoe werkt een Differential Pressure Decay Test?

1. Fill (vullen)

Tijdens de fill-stap worden het testonderdeel en de referentiepoort onder druk gezet.
De druk wordt in deze fase gemonitord met een druksensor (gauge sensor).

2. Stabilize (stabiliseren)

Aan het begin van de stabilize-stap sluit de vulklep zodat er geen extra lucht meer in het onderdeel komt.

De testpoort en referentiepoort van de differentiële sensor blijven nog met elkaar verbonden, zodat de differentiële sensor een drukverschil van vrijwel nul ziet.

Deze stap geeft de lucht de tijd om te stabiliseren na de adiabatische effecten van het vullen van het circuit.
De gauge sensor controleert of de druk binnen de ingestelde grenzen blijft.

  • Als er in deze fase te veel drukverlies optreedt, kan dat wijzen op:

    • een groot lek

    • of een te korte vultijd

3. Equalize (scheiden)

Aan het begin van de equalize-stap sluiten kleppen die de testpoort en referentiepoort van elkaar scheiden.

Deze stap geeft tijd voor:

  • het schakelen van de kleppen

  • het verdwijnen van eventuele drukpulsen

Aan het einde van deze stap wordt gecontroleerd of de differentiële sensor voldoende meetbereik beschikbaar heeft.

Typische limieten voor deze stap liggen rond: –15 tot +15 mbar (of een equivalent in andere eenheden).

4. Measure / Fine Leak (meting)

Tijdens deze stap blijven de test- en referentiepoort gescheiden.

De differentiële druksensor meet nu het drukverschil dat ontstaat doordat lucht uit het testonderdeel ontsnapt. Dit wordt vaak aangeduid als:

ΔP (Delta P)

De test kan twee soorten resultaten geven:

  • Drukverandering (bijv. mbar)

  • Lekdebiet (bijv. cc/min)

De limieten worden ingesteld afhankelijk van het gekozen meettype.

5. Vent (ontluchten)

Tijdens de vent-stap wordt de lucht uit het testonderdeel afgevoerd.

Het circuit ontlucht vanzelf wanneer er geen test loopt, maar deze stap zorgt ervoor dat:

  • alle lucht volledig ontsnapt

  • het veilig is om het onderdeel te verwijderen

Belangrijk voordeel:
Differential pressure decay combineert hoge gevoeligheid, snelle testcycli en eenvoudige opstelling, waardoor het een populaire methode is voor veel industriële en medische toepassingen.

Differential Pressure Decay Test Pneumatic Diagram